Enschedese herinneringen aan een zwarte dag

Vergissingsbombardement op 10 oktober 1943

De Amerikaanse luchtmacht voert met 236 bommenwerpers op zondag 10 oktober zijn eerste grootschalige bombardement uit op Munster. In tegenstelling tot eerdere dagen waarop de missie gericht was geweest op industriële complexen was dit keer het centrum van de Duitse stad het doelwit. Een aantal bemanningsleden was geschokt dat ze nu doelbewust Duitse burgers gingen bombarderen. Een escorte van 216 jachtvliegtuigen kan die middag niet voorkomen dat de Amerikanen zware verliezen lijden. Ze worden opgewacht boven Nederland en Duitsland door 350 Duitse jagers. Dertig bommenwerpers keren niet terug van de missie. De Amerikaanse luchtmacht had al grote verliezen gelden zowel op 8 oktober bij een missie naar Bremen als op de missie naar Marienburg de dag erna. Voor veel bemanningen was het hun derde zware missie in drie dagen, ze waren dan ook uitgeput.

Door verwarring boven IP (initial point), het punt waarop de formatie een laatste koerswijziging moet doen voordat ze recht op hun doel af gaan raakt een deel van de formatie uit koers. De bommenwerpers die de leiding hebben worden door Duitse jagers neergeschoten. Een deel van de groep gaat op weg naar Rheine, een gelegenheidsdoel, maar mist dit doel, keert terug en mist het opnieuw. De stad die vervolgens opdoemt ligt niet zoals gedacht in Duitsland. Het is Enschede. Het Hogeland wordt door deze eerste bommen getroffen.

Hoogstraat - Bron: Stichting Historische Societeit Enschede-Lonneker

Een tweede groep bommenwerpers ziet in het vallen van de bommen van de eerste groep de bevestiging dat men boven de juiste stad is en laat zijn bommen vallen boven de fabrieken op het Zwik. Veel bommen vallen op de singels, die op dat moment vol mensen zijn.

Er vallen die dag in Enschede 151 doden, 104 zwaargewonden en 441 lichtgewonden. 158 panden geheel en 231 deels verwoest. 2.300 panden hebben glas- en dakpanschade.

Veel hulpverleners werden zelf ook getroffen door de ramp, zo vermeld het politierapport dat na de ramp werd opgemaakt dat de directeur van de brandweer en de directeur gemeentewerken niet op hun post verschenen omdat ze in de buurt van hun huis bezig waren met blindgangers en de hulp aan gewonden. Telefoonlijnen waren verbroken door de bominslagen. Toen eenmaal duidelijk was wat de omvang van de ramp was werd de hulp ingeschakeld van hulpdiensten uit Oldenzaal, Hengelo en Almelo. Politie assistentie kwam zelfs uit Zwolle, Deventer, Arnhem en Schalkhaar.

De hulpverleners zagen zich geplaats voor een grote diversiteit aan problemen. Zo werd de hulpverlening in de ziekenhuizen belemmerd door veel mensen die binnenkwamen op zoek naar duidelijkheid over vrienden en familieleden. De vele lijken konden niet op tijd worden gekist omdat de honderd lijkkisten die de luchtbeschermingsdienst op voorraad had verloren ging toen de lijkkistenfabriek door het bombardement in vlammen op ging.


Waarschuwingen voor het gevaar uit de lucht. Collectie: Enschede in WO2

Omdat er honderden panden geheel of gedeeltelijk verwoest waren was het voor een grote groep gezinnen noodzakelijk om van het ene op het andere moment ander onderdak te vinden. Velen van hen konden bij familie terecht. Er ontstond een saamhorigheid waar ouderen van nu nog met weemoed aan terugdenken. Een saamhorigheid waarbij niet alleen familieleden maar ook buren en vaak ook onbekenden voor elkaar zorgden. Aan de andere kant bracht een ramp zoals deze ook een donkere kant naar boven. Er waren dan ook veel rapporten van diefstal en plunderingen na het bombardement. Een groep in het bijzonder had door het bombardement grote problemen, dat waren de Joodse onderduikers. Verschillende van hen raakten door het bombardement hun schuilplek kwijt en moesten in allerijl elders onder worden gebracht. Leendert Overduin zelf zat op het moment van het bombardement gevangen. Zowel hij als zijn zus Maartje werden begin september 1943 door de SD opgepakt. De andere medewerkers van de groep Overduin hadden na het bombardement hun handen vol om de getroffenen zo snel mogelijk een nieuwe plek te geven.

In de geallieerde kranten verschijnt een dag later het bericht dat op 10 oktober naast de treininstallaties bij Munster en Coesveld het vijandelijke vliegveld bij Enschede is getroffen. In de Nederlandse kranten staat op die dag "Op 10 October hebben Anglo-Amerikaansche vliegers een vrij groot aantal brisant- en brandbommen geworpen op een woonwijk van een stad in het Oosten des lands." De dagen erna werd uitgebreid verslag gedaan van de rouwstoeten die met de vele slachtoffers richting de begraafplaatsen in Enschede gingen. Nu 75 jaar later herinnert weinig nog aan het drama dat zich die dag voltrok. De kenner weet een enkel huis te vinden waaraan een gevelsteen herinnert aan die dag. Bij andere huizen is het herstelwerk na de bombardementsschade nog goed te herkennen. Maar uit de herinnering van de oudere Enschedeërs is deze dag nooit verdwenen. Iedere Enschedeër die de oorlog in Enschede heeft meegemaakt zal zijn of haar eigen herinneringen hebben aan deze zwarte dag.


Twentsch Nieuwsblad - 12 oktober 1943. Collectie: Enschede in WO2

 

Edgar C. Buford

De Amerikaanse vlieger Edgar C. Buford, vertelt in 1964 aan een verslaggever van de Tubantia hoe de vlucht voor hen verliep.
"We vlogen hoog over Nederland, richting Munster. Toen we de stad naderden, gebeurde het ongelooflijke, welhaast het onmogelijke. Op het moment, dat we omlaagdoken om onze bommen los te laten, zagen we een andere Amerikaanse groep bommenwerpers naderen. We wisten niet waar ze vandaan kwamen, maar we moesten ze ontwijken. Dat is geen kleinigheid voor een groep van veertig vliegtuigen, die geen contact met elkaar hebben.
Maar onze leider slaagde erin een botsing te voorkomen door zijn formatie in een halve cirkel af te laten zwenken, waardoor we recht over de Duitse Flak (luchtafweer) moesten.
Met een boog vlogen we rond en naderden nogmaals ons doel. Wie schetst echter onze verbazing toen we weer een groep Amerikaanse bommenwerpers zagen naderen. Weer was het onmogelijk onze bommen te lossen.
De strakke formatie, die bij de eerste uitwijking al wat verstrooid was geraakt, viel nu helemaal uiteen en de leider besloot dan ook kennelijk maar van de opdracht af te zien en terug te keren. Vrij snel werd de formatie hersteld en op dat moment kregen we het eerste radiobericht: op de eerste de beste plaats waar een gat in de wolken zit gaan we naar beneden en gooien onze bommen uit.
Het was rond Munster vrij sterk bewolkt geweest en mede door de omtrekkende beweging, die we tweemaal hadden moeten maken waren de navigatoren de weg wat kwijtgeraakt en konden niet precies vertellen waar we ons bevonden.
Na korte tijd klaarde de lucht op en we zagen beneden een kleine stad liggen. Min of meer verheugd vlogen we achter de leider aan; we waren blij eindelijk onze lading kwijt te kunnen en ons optimisme nam nog toe, toen we bemerkten, dat de stad kennelijk geen luchtafweer had, want we werden niet beschoten.
We lieten de bommen vallen en vlogen terug naar Engeland, onbewust van het leed, dat we onze vrienden en bondgenoten hadden aangedaan. Wij dachten niet anders of we hadden een Duitse stad platgegooid, al wisten we de naam ook niet." Teruggekomen op de basis hoorde Buford dat ze Enschede hadden gebombardeerd.

Ooggetuigeverslagen van de bommen die op het Hogeland vielen

Rita Seijnmeijer

"Ik was met mijn moeder thuis aan de Hogelandsingel. Vader was tewerkgesteld in Duitsland. Mijn zusje Jopie speelde buiten, broertje Benno was bij Vogido. Plotseling hoorden we harde dreunen. Muren scheurden, ruiten sprongen en glasscherven vlogen in het rond. We hoorden Jopie buiten schreeuwen om hulp. Toen we naar de straat gingen lag ze dood op de hoek. Mijn oom en mijn moeder hebben haar naar binnen gedragen. Overal lagen gewonden. Kapelaan Scholten zegende op straat stervende mensen. Een paar dagen later kwam mijn vader uit Munster thuis voor de begrafenis. Mijn ouders zijn de klap nooit te boven gekomen."

Hogelandsingel - Bron: Stichting Historische Societeit Enschede-Lonneker

Ingenieur Bos - Luchtbeschermingsdienst

Ingenieur Bos noteert in zijn dagboek over het begin van het bombardement: "Onder het eten omstreeks 14uur, constateerden we wel anderhalf uur lang een zwaar bombardement op niet meer dan zestig tot honderd kilometer afstand. Tegen half drie kwamen de Amerikanen over. 't Was een imposant gezicht. Veel formaties in gevecht met de Duitsers. We waren allen opgewonden. Vrouwen en kinderen in huis, maar de mannen stonden natuurlijk buiten te kijken in het naïeve geloof 't gevaar wel te zien aankomen. [..] Ineens hoorden we de bommen neerloeien. t Was een geluid of honderd leeuwen brullend op ons af kwamen. Tijd om in huis dekking te zoeken was er niet."

Materialen van de Luchtbeschermingsdienst in Enschede - Foto: Eric Heijink

Henk Andriesse

Dhr. Andriesse woonde in die tijd eveneens op het Hogeland: "Ik had die zonnige zondagmiddag een bezoek gebracht aan een voetbalwedstrijd van Vogido, maar halverwege de wedstrijd hoorde je in de verte de bommen vallen en vluchte iedereen naar huis, dus richting de stad. Het huis heb ik niet bereikt. Ik werd tegen de grond gegooid door de luchtdruk en een winkelruit van bakkerij Buddeke. Ik zag het huis met sigarenwinkel van Andre in brand vliegen en mevrouw Andre uit haar huis vluchten. Ik wilde weer teruggaan naar het open veld, maar werd naar binnen getrokken door mensen aan de Daalweg omdat oom huizen in de Badoengstraat in brand vlogen. Onze lagere school, de Brinkschool, ging die dag in vlammen op."

Badoengstraat - Bron: Stichting Historische Societeit Enschede-Lonneker

Ooggetuigeverslagen van de tweede golf bommenwerpers die hun bommen op het Zwik lieten vallen

Bart Gosen

Bart Gosen, destijds 10 jaar, is die zondagmiddag als supporter voor zijn club Vosta bij een uitwedstrijd op het Rigtersbleekterein aan de G.J.van Heekstraat.
"De wedstrijd begon zoals gebruikelijk om 14.30. Het was een stralende zondagmiddag en wij lagen naast elkaar in het gras naar de wedstrijd te kijken. In de verte hoorden we het geluid van vliegtuigen. Het is belangrijk om te weten dat het voetbalveld naast het fabriek van Rigtersbleek lag.Een textielfabriek waarnaar de voetbalclub was genoemd. Op het dak van de fabriek stond Lucht afweer geschut.
De Duitse soldaten stonden ook op het veld naar de wedstrijd te kijken. Het geluid van de aanzwellende vliegtuigen nam toe en ieder begon wat bang te kijken. Een Duitse officier schreeuwde: "Nach oben !" en de soldaten renden naar boven.
Het geluid kwam uit het oosten dus zei iedereen "er kan niet veel gebeuren, want ze zijn leeg" Plotseling verschenen er van alle kanten Duitse vliegtuigen en begon er boven onze hoofden een luchtgevecht van de grond uit begonnen ze ook te schieten op de vliegtuigen. Toen kwam het lucht alarm. De vliegtuigen lieten de bommen vallen,ze waren niet leeg. Iedereen rende ergens naar toe,wij ook. De bommen vielen vlak bij ons .Op de straat rende wij in de richting van de Min. Loudonlaan. Bij het huis op de hoek van de Min. Loudonlaan stond een grote dikke boom in de tuin,om de tuin was een muurtje van ongeveer 80 cm hoog. Weer gierden de bommen naar beneden. Hoe dat klinkt kon ik niet beschrijven, het is een aanzwellend gierend geluid wat eindig in een enorme knal .Toen er weer een aankwam sprongen we achter het muurtje,dus tussen de boom en het muurtje. Aan alle kanten vielen bommen, straten en huizen waren al kapot.
Meisjes bij ons uit de buurt,Truus en Gerda van Veen en Annie Bossink riepen ons toe om weg te gaan en renden zonder om te kijken de Min.Loudonlaan in. Wij besloten ook om maar weg te rennen,en tussen het vallen van de bommen vlogen we ook de Min.Loudonlaan in. Plotseling kwam er weer een aan gieren en wij vlogen een tuin in en kropen achter een muurtje. Toen we op keken stond de boom er niet meer.De meisjes hadden dat ook gezien. Midden in de straat op nog geen 10 meter afstand was een groot gat in de straat. Uit een kelderraam aan de overkant van de straat werd ons toegeroepen om bij hun in de kelder te komen. We renden de straat over en vlogen op de kop via kelderraam de kelder in.

Na het veilig signaal gingen we naar huis.In de Ribbeltsweg aangekomen stonden onze ouders te huilen op straat. De meisjes hadden verteld dat we dood waren. Ze hadden ons immers achter de boom zien liggen en gezien dat de boom omgevallen was, maar niet gezien dat we al weg waren. En zo hadden zij hun conclusie getrokken Het weerzien was daarom erg emotioneel."

Niet alleen bij Richtersbleek is die middag een drukbezochte wedstrijd. Ook in het Volkspark is het druk er zijn die dag achtduizend bezoekers bij de wedstrijd van Sportclub Enschede.


Poststempel hoe om te gaan met brandbommen - Collectie: Enschede in WO2

Nel Nijhuis

"Mijn beide broers waren naar het Volkspark bij de wedstrijd van Sportclub. Toen de bommen vielen wisten ze niet waar ze naartoe moesten. De mensen vlogen alle kanten op. Op de Tubantiasingel hebben mijn broers de mensen zien liggen met armen en benen eraf. Zij zijn richting de Borstelweg gerend waar ze in cementbuizen zijn gaan liggen. Verdwaasd zijn ze naar huis gelopen. Mijn jongste broer sprong een gat in de lucht toen hij ons zag. Ik wist niet dat iemand zo hoog kon springen.

Ik zag die dag parachutisten naar beneden komen, vliegeniers die ergens achter in de Broekheurne neerkwamen. Ze werden door de Duitsers opgebracht met een platte boerenwagen waar een Duitser voorop zat. Een Amerikaan lag achterop. Ik zie hem nog het V-teken geven. Toen wist ik als kind nog niet wat dat betekende. "

Herman van der Horst

Herman was 7 Jaar oud en woonde aan het Zwikplein 4.
"Mijn moeder en ik hadden in de loge plaatsgenomen, d.w.z. het balcon aan de zuidzijde van ons huis, ik zittend op een Thornet-achtste ronde burostoel; er was veel actie met prachtige condenssporen tegen de heldere hemel.

Op een gegeven ogenblik werd het mijn moeder te gortig en we verdwenen in de kelder. We zaten daar nog niet gek lang toen we een soort "zoeff" hoorden. Het licht ging uit en aan de Dr. Schaepmanlaan begon iemand vreselijk te kermen. Mijn moeder klauterde de trap op en begon te jammeren: "het hele huis is kapot". [..] De leuning van de burostoel, waarop ik had gezeten was door een flinke boomscherf goed geperforeerd. We zijn dus net op tijd naar de kelder gegaan.

Ik heb die middag nog staan juichen. Ik ging niet zo graag naar school en de ESV waar ik bij juffrouw Kobus in klas drie zat was door een goed gemikte bom in een grote pyramide van puin veranderd."


Schaepmanlaan - Bron: Stichting Historische Societeit Enschede-Lonneker

Mevrouw Evers

"Ik wilde die dag samen met mijn vriendin bij het kanaal bij het zeilen kijken. Toen we bij het park Volkspark waren toen begon het luchtgevecht. Toen zei ik tegen mijn vriendin, kom laten we naar mijn tante gaan. Want die woonde in de Tubantiastraat en dat was vlakbij. Dat leek me veel veiliger dan op de openbare weg. Toen we in de Richtersweg waren toen vielen de eerste bommen al op het Hogeland. Aan de Richtersweg woonde een zuster van de aangetrouwde oom waar we eigenlijk naartoe wilden. Omdat dit dichterbij was wilden we daar naar binnen gaan. Die waren niet thuis, maar de buren lieten ons binnen omdat het veel te gevaarlijk was op straat. Bij die mensen is een bom op de voorkant van het his gevallen. Vlak naast ons was een hele diepe trechter. Wij zaten helemaal onder het puin en de tussendeur van het huis was uit de scharnieren geslagen en die had ik op het been staan. Mijn vriendin was rechtop blijven staan, maar ik was in elkaar gedoken. Ik had toen lange haren en dat was het enige dat onder het puin vandaan kwam. Daaraan kon mijn vriendin zien waar ik lag. Zij heeft het puin van mij afgehaald. Ik heb haar gezegd dat ik niet weg kon vanwege die deur. Zij heeft die opgetild waardoor ik er onder weg kon komen. De famile waar we zaten had acht kinderen. De jongste en de oudste waren thuis. De rest was op het voetbalveld bij de wedstrijd van de Enschedese boys. Het jongste meisje was anderhalf die deed niks anders dan roepen mama, mama, maar die zat te diep onder het puin. De oudste dochter was achttien, die was plat op de grond gaan liggen. Beide zijn om het leven gekomen. We zijn direct naar buiten gegaan en hebben geroepen dat er mensen onder het puin lagen. Er zijn ook direct mensen met schoppen naar binnen gegaan, maar het was te laat."

Schaepmanlaan - Bron: Stichting Historische Societeit Enschede-Lonneker

Hennie Boersma

De inmiddels 88-jarige Hennie Boersma herinnert zich het bombardement nog erg goed. Als jongetje stond hij als supporter van de Enschedese boys samen met zijn broer en neef in het Volkspark.

"Het was tegen de rust en het begon een beetje te rommelen. De vliegtuigen kwamen, maar die waren eerst nog zo hoog, dat gebeurde in feite dagelijks. Daar hield je wel rekening mee. Je was altijd tot op zekere hoogte wel een beetje angstig. Op een bepaald moment werd het toch wel heftig. Dat was tegen de rust van de wedstrijd. Ik vergeet het nooit. Volgens mij was het 3 - 1 voor de Enschedese boys.
Op de plek waar nu de Pathmoshal staat was vroeger het slachthuis. Op een bepaald moment kreeg je een luchtgevecht. De vliegtuigen werden normaal gesproken begeleid door jagers. De jagers van vliegveld Twente stegen ook op. Ik sta nog op de tribune met mijn broer en met een neef. We staan helemaal achteraan, daar waar vroeger de spoorlijn achterlangs liep, daar bij de Emmastraat. En ik zie daar boven het slachthuis twee jagers achter elkaar aan gaan. Schieten op elkaar. De eerste was waarschijnlijk een Amerikaanse. De tweede was een Duitse. Er werd geknald en dat was heftig. Het was rust van de wedstrijd en iedereen ging weg. Dus wij ook. We vertrokkein richting de Roessingsbleekweg.

Toen we weggingen van het voetbalveld toen liepen we het Volkspark af en je had daar recht tegenover het tunneltje een elektriciteitshuisje. Dat is allang weg. Maar op het moment dat we ter hoogte van dat huisje waren toen vielen de eerste bommen. Dat was nog niet op de Tubantiasingel. Dat zal op het Hogeland geweest zijn. We hebben daar op de grond gelegen. Toen het weer rustig werd zijn we verder gegaan.

En we gaan dus de Tubantiasingel op. Dan had je links de Richtersweg. Aan het begin had je Meere, dat was zo'n winkel met allerlei spulletjes. En daar zien we wat mensen een klein winkeltje ingaan. En ik zeg tegen mijn neef en broer, kom op daar gaan wij ook naar binnen. We durfden gewoon niet verder te gaan. Daar hebben we een tijdje gestaan met een stuk of acht of tien mensen. Er waren ook een paar meisjes die stonden in de deuropening. Op nog geen drie meter voor de woning valt een bom en nog veel meer op de singel ook. En dat huis zakt aan de voorkant in elkaar en door de luchtdruk werden we tegen de grond geslagen. De deuropening en de kozijnen zijn nog net sterk genoeg, de rest ligt in elkaar. Ik zeg tegen mijn neef en broer, kom op eruit. Ik denk de hele boel stort straks in elkaar. De twee meisjes die in de deuropening stonden waren dood. Daar zijn we overheen gestapt.

We gaan het huis uit en gaan de Tubantiasingel op en we willen linksaf richting de Roessingsbleekweg, dat was omgeploegd spul. Er zaten twee grote gaten in de muur van Schuttersveld.

Er staat daar een man. Die roept: "Allemaal terug, je kunt hier niet langs." Nou ja ik was een jongetje van veertien jaar. Ik was de oudste en ik zeg. We kunnen niet naar de Roessingsbleekweg, weet je wat we doen. We gaan naar huis. We hadden ook niet het benul om ergens anders langs te gaan. Een oom is ons komen halen en vervolgens zijn wij op de fiets met mijn oom naar de Roessingsbleekweg gegaan. Wat ik daar aan de Singel gezien heb. Ik zeg het wel eens een enkele keer tegen iemand, ik praat er eigenlijk maar weinig over, maar dat was een verschrikking. Daar heb ik een half mens gezien. Je hebt die grasstroken op de singel en precies op die ronding, als je zo de Richtersweg inkomt, dan had je daar op dat half ronde gedeelte zwart-witte tegels zo door elkaar. Op dat punt stonden lantaarnpalen. Er stond er een scheef. Daar stond een man waarvan de arm eraf was. Met zijn ander arm houdt hij zich vast aan die lantaarnpaal en die roept. "Help deze man toch eens" En daar lag een man, maar die was half. We lopen terug en daar liggen een jongen en een meisje die hadden kennelijk gefietst, ze lagen half over de fiets. En dat meisje dat gilt "Herman, Herman". Die naam vergeet ik nooit meer. Dat blijft zo in je geheugen zitten. Bij die jongen was een gedeelte van zijn lichaam gewoon finaal weg. Aan de kant, nog geen halve meter er vanaf had je een putje en daar stroomt het bloed naartoe. Als ik nu over de singel rijdt dan kijk ik nog altijd naar dat puntje. Gek is dat. Dat ik daar levend uitgekomen ben dat is een wonder."


Brinkstraat - Bron: Stichting Historische Societeit Enschede-Lonneker

Bronnen

 


 

Gerrit Zijlstra schreef een boek over zij oorlogservaringen als Enschedese tiener:

 


 

<< Terug naar Bommen op Enschede





Ik hoor graag van u wat u van de website vindt.
Wanneer u informatie wilt delen is dat ook erg welkom.
Klik dan hier om mij te mailen.

 

Recent uitgebrachte boeken over WOII in Enschede / Twente

Wilt u verder lezen over Enschede tijdens de tweede wereldoorlog?
Er zijn in de afgelopen tijd diverse interessante boeken uitgebracht:



Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

Outlet